Dit is algemene of plaatselijke atrofie (afname van weefselmassa) van het skelet ten gevolge van een verminderde activiteit van de osteoblasten die instaan voor de botopbouw.

Hierdoor is de natuurlijke afbraak van beenweefsel sterker dan de regeneratie en wordt het bot ijler. Dit vertaalt zich op een röntgenfoto met verhoogde doorlaatbaarheid. Op de röntgenfoto zijn wigvormige inzakkingen van het wervellichaam te zien van diverse wervels in meer of mindere mate. Wigvorming leidt tot verkromming van de rug omdat de hoogte aan de voorzijde afneemt in tegenstelling tot de achterzijde. Men gaat voorover lopen.

Heup, pols, schouder en wervel

Osteoporose op zich geeft geen klachten. De verschijnselen van osteoporose worden gevormd door de mogelijke consequenties van het brosse bot, namelijk het gemakkelijk ontstaan van breuken. Typisch plaatsen voor deze breuken zijn ter hoogte van de heup, pols, schouder en wervel. De breuken van armen of benen ontstaan meestal door een (lichte) val, de wervelbreuken kunnen ontstaan zonder val, zoals tijdens gewone dagelijkse werkzaamheden als bukken, tillen of opstaan uit een stoel of uit bed. Indien er bij iemand een breuk ontstaat na een slechts licht trauma moet steeds aan osteoporose gedacht worden.

 Soorten

Er zijn twee soorten oorzaken. Bij de primaire vormen wordt bedoeld dat er geen achterliggende ziekte is bij voorbeeld als gevolg van veroudering of hormoonverandering bij vrouwen na de overgang. Bij de secundaire oorzaken ligt er wel een ziekte aan het brosse bot ten grondslag zijnde: schildklierziekten, gebruik van corticosteroïden,...

Risicofactoren

De risicofactoren zijn op te splitsen in beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare elementen. Behalve alle andere negatieve effecten geeft ook roken een verhoogd risico door een slechtere calciumopname uit de voeding en verlaagde hormoonspiegels bij vrouwen. Een continu lage intake van calcium en vitamine D als gevolg van een dieet geeft een slechtere kalkafzetting.

Het gebruik van corticosteroïden zoals bij longpatiënten en het gebruik van enkele epilepsie medicijnen geven een verhoogd risico, evenals excessief alcoholgebruik, een weinig actieve levensstijl of langdurige bedrust. Preventie kan door middel van beweging, gezonde voeding met een dagelijkse calciumbehoefte van ongeveer 1000 à 1500 mg.

 Onder de niet te beïnvloeden risicofactoren kunnen volgende elementen ondergebracht worden:

 Geslacht: vrouwen hebben een groter risico door de hormoonveranderingen in en na de overgang

  • Leeftijd: hoe ouder des te meer risico
  • Lichaamsbouw: kleine, slanke vrouwen hebben meer risico
  • Ras: blanke en Aziatische vrouwen hebben een groter risico
  • Genetisch: de ene familie heeft er al meer last van als de andere familie

Meer aandoeningen: lumbagoherniaartroseischias, de ziekte van Bechterewscoliose