Mechanische rugklachten

Lumbalgie en lumbago Lumbalgie is een algemene term en betekent gewoon rugpijn. De oorzaak van lumbalgie kan gelegen zijn in de verschillende onderdelen van de rug (tussenwervelschijf, facetgewricht, spieren en banden). Wanneer de pijn plots ontstaat zonder uitstraling, bijvoorbeeld bij een verkeerde beweging, dan wordt dit lumbago (spit of lendenverschot) genoemd. Het wordt omschreven als een milde tot hevige pijn, gevoel van ongemak in de lagere rug, tot hevige en pijnlijke spiercontracties in de onderrug die zowel de beweging als de houding aanzienlijk kunnen belemmeren. Lumbago komt vaak voor, vooral bij jongere mensen die een job hebben waar zware fysieke inspanningen geleverd moeten worden, maar meestal gaat zo’n aanval van acute rugpijn spontaan over na één of twee weken. De kans is echter groot dat de rugpijn na een eerste aanval zal terugkeren. Lumbago is meestal het gevolg van een overbelasting van de wervelzuil vb bij bukken, tillen, draaien, slecht zitten of zelfs verkeerd liggen.

Discusaandoening Dit zijn aandoeningen waarbij de tussenwervelschijf beschadiging heeft opgelopen. Bij verkeerd tillen of door een slechte houding ondergaan de ringen (annulus), die de geleiachtige kern van de tussenwervelschijf omvatten enorme krachten. Op de duur gaan enkele vezels het begeven en scheuren door. Hierdoor worden de ringen minder stevig en gaan deze naar achter uitpuilen. Men spreekt van een discusprotrusie. Wanneer de ringen van de annulus volledig doorscheuren, wordt de geleiachtige substantie van de kern naar achter geperst zodat de tussenwervelschijf een lokale uitstulping gaat vertonen meestal tussen de 4de en 5de lendenwervel. Dit wordt dan een discushernia of prolaps genoemd. Je kan het uitpuilen van de kern vergelijken met een kersenpit die je tussen duim en wijsvinger wegschiet door er hard op te nijpen. Door je vingers langs één zijde te openen, wordt de druk langs de andere kant groter en zal de pit langs de open zijde weggeperst worden. Op een gelijkaardige manier wordt het uitpuilen van de kern van de tussenwervelschijf verergerd door het hellen van twee wervels ten opzichte van elkaar. Dit gebeurt bij vooroverbuigen en bukken. Het uitpuilen van het discusmateriaal geeft echter niet altijd klachten. Ook bij mensen die nooit rugklachten hebben gehad, wordt bij onderzoek regelmatig een uitstulping van de discus vastgesteld. Er ontstaan pas problemen wanneer de uitstulping van een discus gaat drukken op pijngevoelige structuren zoals een ligament of het buitenste ruggenmergvlies. Wanneer de uitstulping goot genoeg is, kan deze rechtstreeks op de zenuwwortel drukken. Men spreekt van een zenuwwortelcompressie en dit kan pijn veroorzaken die in het been uitstraalt. De druk kan zo groot zijn dat de signalen van en naar de hersenen niet meer doorkunnen en er krachtsvermindering, gevoelsstoornissen of verminderde reflexen in het been optreden. Omdat de tussenwervelschijf niet doorbloed wordt, kan beschadiging ervan slechts zeer langzaam herstellen. Het komt er dus op aan van jongs af aan zuinig te zijn met je rug en deze niet overdreven te belasten. Het gevaar schuilt hierin dat je kleine scheurtjes in de ringen van de discus op jonge leeftijd kan oplopen zonder dat je het voelt. De scheurtjes herstellen niet en op wat oudere leeftijd is de schijf dan op de duur voldoende verzwakt door de vele kleine letsels zodat ze plotseling begeeft... met alle gevolgen vandien. De oorzaak van vele rugproblemen is dus gelegen in het jarenlang foutief en overdreven belasten van de rug op jonge leeftijd, vandaar het belang van preventie van jongsaf aan.

Differentiatie tussen protrusie en hernia is belangrijk naar behandeling en herstel toe. Bij een protrusie bestaan er een kans dat de uitpuiling spontaan terugkeert. Bij een hernia is er een uitstorting van de interne nucleus en een terugkeer gebeurt niet.

Een discusbulging is meestal het eerste stadium in discusaandoeningen waarbij een onderscheid gemaakt kan worden tussen een alzijdige uitpuiling en een dorsolaterale uitpuiling. Deze laatste ontwikkelt zich mogelijk verder tot een protrusie of hernia.

Discusdegeneratie en artrose De kern van de tussenwervelschijven bestaat voor het grootste deel uit water. Bij het ouder worden verliest de kern een deel van dit water waardoor de discus droger wordt, in hoogte vermindert en de diameter algemeen vergroot. Dit noemt men discusdegeneratie of slijtage van de discus. Door het verlies in hoogte van de tussenwervelschijf zakken de wervels als het ware dichter op elkaar en worden de achterste wervelgewrichtjes anders belast. De gewrichtskapsels komen op een abnormale manier onder spanning te staan bij het bewegen van de rug, wat pijn kan veroorzaken ter hoogte van die facetgewrichtjes. Dit wordt dan facetpijn of gewrichtskapselpijn genoemd.

Op de duur treedt er ook slijtage (degeneratie of artrose) op ter hoogte van deze facetgewrichten. Dit is op zich niet altijd pijnlijk, maar de beweeglijkheid van de rug vermindert wel ter hoogte van deze wervels, waardoor andere wervels te veel moeten bewegen om dit verlies te compenseren. Daardoor kunnen dan weer andere weefsels beschadigd worden en pijn gaan doen. Er is geen verband tussen wat men op een RX te zien krijgen en de klachten waarmee de patiënt zich presenteert. Degeneratie van één of meer gewrichten berust niet op ontsteking, maar is gekenmerkt door onder andere deformatie van het gewrichtsbot, abnormale botwoekering (osteofyten of papegaaienbekken) en atrofie van slijmvlies en gewrichtskraakbeen, soms gevolgd door secundaire ontsteking van het omringende weefsel (pezen, ligamenten, periost), meestal verergerd door de jarenlange te zware belasting van het gewricht.

Emotionele factoren en microtraumata geven aanleiding tot verminderde doorbloeding en kramp, waardoor er veranderingen in de spier plaatsvinden die leiden tot abnormale samentrekkingen van de diepe rugspieren. Aanhoudende spierspanning van de diepe rugspier betekenen een impact op facet en discus met pathologisch gevolgen voor de anatomie. Voor het facet betekent dit ontsteking van het kapsel, KB degeneratie en kapsellaxiteit. Voor de discus verloopt het proces via circulaire en radiale scheuren.